Uitgangspunten van Procesgericht werken met Acceptance en Commitment Therapie.
Samenvatting
Datum en auteur
Afbeelding
Tekst
Sinds de verschijning van het eerste boek over Acceptance and Commitment Therapy (ACT) in 1999 (Hayes et al., 1999) is deze therapie wijdverspreid geraakt. Steeds meer hulpverleners gebruiken ACT voor steeds meer problematieken en de therapie wordt internationaal beschouwd als een evidence-based behandeling bij onder andere chronische pijn, depressie, gemengde angst, dwang, verslaving, eetbuien en psychose. ACT wordt echter ook vaak ingezet bij levensvraagstukken die geen diagnose hebben, omdat de aanpak in wezen transdiagnostisch is.
Het belang van Relational Frame Theory (RFT)
In essentie is ACT een ervaringsgerichte vorm van gedragstherapie die meer dan andere soorten gedragstherapie leunt op concepten uit de Relational Frame Theory (RFT). Taal en alle implicaties daarvan zijn erg belangrijk in een ACT-therapie. Het RFT-onderzoek heeft zich in de laatste jaren gelijktijdig, maar niet altijd parallel met ACT ontwikkeld en het is voor clinici vaak moeilijk om
de relevantie voor de praktijk te blijven zien. Met procesgericht werken willen we ACT weer nauw verbinden met haar gedragstherapeutische roots en met de belangrijke basisconcepten uit RFT. Het is onze ervaring dat (gedrags)therapeuten en coaches die met ACT werken steeds vaker hun interventies bouwen op een geprotocolleerde versie van ACT. Hierdoor worden de volgorde en de vorm van de oefeningen en metaforen soms belangrijker dan de functie die ze hebben voor de cliënt. Dit heeft impact op de relatie met de cliënt en uiteindelijk ook op de effectiviteit van de behandeling.
Procesgericht werken versus interventiegerichte ACT
Je zou kunnen zeggen dat procesgerichte ACT een reactie is op de ervaring dat ACT steeds vaker als een serie interventies ingezet (als koken met HelloFresh) wordt in plaats van als een gedragstherapie (als koken met alle losse ingrediënten). Dat laatste vraagt meer vaardigheid en het duurt langer om het in de vingers te krijgen, maar het laat ook meer maatwerk en meer precisie toe. In de interventiegerichte versie wordt het doorlopen van de verschillende componenten (acceptatie, defusie, contact met het hier en nu, zelf als context, waarden en toegewijde actie) soms een doel op zichzelf zonder dat nog goed nagedacht wordt over het precieze doel (de functie en de betekenis) voor deze specifieke cliënt. Het toepassen van ACT-technieken gaat namelijk meestal vlot, maar heel veel collega’s worstelen met het toepassen van ACT op een vloeiende geïntegreerde manier.
Dan blijven ze vasthouden aan een eerder technische en interventiegerichte uitvoering van ACT, die wel resultaat kan hebben, maar ver afstaat van de diep menselijke interactie die ACT kan zijn en die zowel cliënt als therapeut ondersteund in duurzame groei. Nieuwe ACT therapeuten worden vaak kritisch worden naar zichzelf als metaforen en oefeningen niet opleveren wat de bedoeling was. Soms lopen ze vast en weten ze niet meer goed wat dan wel een passende interventie zou kunnen zijn. Procesgericht werken helpt je om op elk moment te weten wat je aan het doen bent. Als de focus namelijk weer van de vooropgestelde interventies verschuift naar de context van de cliënt wordt het gemakkelijker om stap voor stap en op maat van de individuele cliënt te werken.
Het belang van gedrag-in-context zien
ACT is altijd vertrokken vanuit het standpunt dat enkel uit die context de functie van het gedrag van de cliënt echt te begrijpen is. Met onze focus op procesgericht werken benadrukken we de noodzaak om weer naar die roots terug te keren. Een beter begrip van de beweegredenen achter het gedrag van een individu maakt het voor jou als behandelaar mogelijk om je interventies aan te passen aan de specifieke omstandigheden van de cliënt. Dit betekent dat je de interventie direct laat aansluiten op wat deze cliënt nodig heeft. Het helpt je ook om op elk moment te weten wat je aan het doen bent tijdens de therapie en waarom. De shift naar gedrag-in-zijn-context zien, is essentieel voor ACT-consistent werk. Het verbetert de relatie met je cliënt, omdat je door deze focus vanzelf meer vragen gaat stellen over hoe de cliënt zichzelf en de wereld ziet. Het zorgt er tevens voor dat de cliënt zich meer gezien voelt, en daarnaast kan er snel worden bijgestuurd als een cliënt niet reageert zoals je had verwacht op een metafoor of oefening.
Wat we voorstellen met procesgericht werken is een flexibel gebruik van alle ACT-componenten, gebaseerd op een goede analyse van context en functie van het gedrag dat de cliënt laat zien, in de therapiekamer en daarbuiten. Hiervoor is een integratie nodig van de relevante basisconcepten van de gedragswetenschappen en het gedeelde mens-zijn dat centraal staat in ACT – respectievelijk het hoofd en het hart van ACT.
De belangrijkste uitgangspunten
Er zijn vier belangrijke uitgangspunten voor procesgericht werken met ACT
1.ACT komt voort uit de gedragstherapeutische traditie. Dit betekent dat je klinische focus moet liggen op gedrag – je eigen gedrag en het gedrag van de cliënt.
2.ACT kijkt naar het gedrag van mensen binnen het kader van hun geschiedenis. Dit is vanwege de veronderstelling dat elk gedrag plaatsvindt in een context die breder is dan de huidige gebeurtenissen of de huidige omgeving.
3.In ACT spreken we bij voorkeur over emotionele problemen in de bredere zin van psychisch lijden. Dit komt voort uit de opvatting dat alle mensen op een bepaald moment in hun leven aanzienlijke psychologische pijn ervaren.
4. ACT wordt in alle contexten toegepast via diepmenselijke, respectvolle en vaak pijnlijke interacties. Het ontstaan van een transformatief therapeutisch veranderingsproces voor de hulpvrager heeft de beste kans van slagen wanneer zowel de cliënt als de therapeut in staat is zich hier volledig voor in te zetten. Het is dus van cruciaal belang dat therapeuten een adequate opleiding én ervaring met eigen experiëntieel werk hebben om met deze complexe interacties om te gaan.
Met procesgericht werken willen we ook opnieuw in de spotlight zetten dat gedrag veranderen moeilijk is. En dat het tijd kost. Vaak is een therapie gericht op het geven van inzicht. ACT is een gedragstherapie en dat houdt in dat inzicht alleen niet volstaat. Het is belangrijk dat er rekening gehouden wordt met het feit dat het ook tijd kost om nieuwe vaardigheden te ontwikkelen die nodig zijn om het handelen te kunnen baseren op de nieuwe inzichten. Het is, afhankelijk van de behandelsetting, vaak niet mogelijk om dit hele proces af te ronden samen met de cliënt. Juist dan is het belangrijk om een grondige afweging te maken. De neiging is dan vaak groot om interventiegerichter en oplossingsgerichter gaan te werken.
Juist dan is het belangrijk om met de cliënt te delen dat veranderen een traag proces is en dat het met vallen en opstaan gepaard gaat. Het is nodig om samen naar de context van de cliënt te kijken voor je (samen met hem) een beslissing neemt. Drie belangrijke redenen om procesgericht te starten zijn:
1.Omdat uit het verhaal blijkt dat er al interventiegericht of oplossingsgericht gewerkt is
2.Omdat de cliënt om diepgaande transformatie vraagt en bereid is om het werk te doen
3.Omdat het jou als therapeut meer grip, meer precisie en/of meer voldoening geeft om op deze manier te werken (en je cliënten die niet in deze manier van werken passen, verwijst)
Conclusie
Procesgericht werken met ACT draait om het herwinnen van flexibiliteit en diepgang in de therapeutische relatie, door de nadruk te leggen op gedrag-in-context en ACT weer te connecteren met zijn gedragstherapeutische roots, in plaats te vertrouwen op op vaste interventies. Het vraagt van therapeuten om verder te kijken dan standaard oefeningen en metaforen en continu af te stemmen op de unieke situatie van de cliënt. Dit zorgt niet alleen voor meer precisie en effectiviteit, maar versterkt ook de therapeutische band, doordat de cliënt zich gezien en begrepen voelt. Deze aanpak focust op menselijke connectie, duurzame gedragsverandering en groei, voor zowel cliënt als therapeut.